Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Watervalweg 165
Status: voorontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0233.BPwatervalweg165-0201

4.3 Luchtkwaliteit

Het Besluit NIBM, legt vast wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Dat is het geval wanneer aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. De bijdrage aan de luchtverontreiniging door een project staat centraal in het Besluit niet in betekenende mate (NIBM).
 
De toename van de verkeersactiviteit van en naar de inrichting zal niet groter zijn. Een toename van de luchtverontreiniging groter dan 3% wordt dan ook niet verwacht. Het bouwen op de locatie zelf valt niet onder de genoemde bevoegdheden van artikel 5.16 lid 2 van de Wet milieubeheer. Daarom hoeft het bouwproject zelf niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor NO2 en PM10.
 
Voor agrarische bedrijven is voorts de Wet luchtkwaliteit een toetsingskader. Agrarische bedrijven mogen op gevoelige objecten (waaronder woonhuizen) geen grenswaarden voor fijnstof overschrijden. De bouw van woningen kan daarom agrarische bedrijven in hun rechten aantasten. In onderliggend geval is dat niet aan de orde. De afstand tot omliggende bedrijven is voldoende en feitelijk worden noodwoningen vervangen door reguliere woningen. Ook een noodwoning kan als gevoelig object worden beschouwd in de zin van de Wet luchtkwaliteit. Aan de fysieke situatie verandert derhalve niet zoveel.