Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Watervalweg 165
Status: voorontwerp
Plan identificatie: NL.IMRO.0233.BPwatervalweg165-0201

Artikel 3 Agrarisch met Waarden - landschappelijke waarden

 

3.1 Bestemmingsomschrijving
De als zodanig op de plankaart aangegeven gronden zijn bestemd
voor:
  • uitoefening van het agrarisch bedrijf;
  • extensieve dagrecreatie;
  • verkeer;
  • nutsvoorzieningen;
  • voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

en daarnaast voor:
  • behoud van landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden.

Het doel ‘verkeer’ is beperkt tot:
  • de bestaande wegen en uitwegen, met in achtneming van het bestaande aantal rijstroken;
  • de aanleg van fiets- en voetpaden voor zover zij zijn gelegen binnen een zone van 30 m uit de as van de bestaande weg of uitweg.
 
Onder het doel ‘behoud van landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden’: 
is de instandhouding begrepen van de natuur- en landschapswaarden behorend tot de landschapstyperingen landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde, kleinschalige akkercomplexen (engen);
 
Onder het doel ‘nutsvoorzieningen’ zijn antennemasten mede begrepen, met dien verstande dat uitsluitend de bestaande antennemasten tot het doel behoren.

3.2 Bouwregels
 


3.2.2 Andere bouwwerken
De bouwhoogte van antennemasten mag niet meer dan 40 meter bedragen. 

3.3 Ontheffing van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  • de landschappelijke waarden;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • het straat- en/of bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de woonsituatie;
  • de leefgebieden van dieren en planten en – voor zover van toepassing – de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden,
 
ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 voor het bouwen van schuilgelegenheden voor vee  buiten een bouwvlak onder de volgende voorwaarden :
  1. de oppervlakte per gebouw mag niet meer bedragen dan 15m²;
  2. In afwijking van
    artikel 3 lid 3 onder a de oppervlakte per gebouw niet meer mag bedragen dan 75m² indien in het gebouw mitigerende voorzieningen voor het huisvesten van vleermuizen worden getroffen zoals voorgesteld in het flora en fauna onderzoek.
  3. het gebouw dient rechtstreeks ten dienste te staan van een agrarisch bedrijf;
  4. de ontheffing blijft beperkt tot één bijgebouw per bestemmingsvlak;
  5. de bouwhoogte mag niet meer  bedragen dan 3,5 m;.